Sedert 1913
Het skûtsje
Een Piipster skûtsje uit 1913, sinds 1962 het schip van Sneek. Zeegroen geschilderd, met de Waterpoort in het zeil.
1956: “we binne gjin spaarferiening”
Het is maandag 6 augustus 1956, de dag van de wedstrijd op het Sneekermeer. De deelname is niet overweldigend, er doen slechts vijf skûtsjes mee. Op het Kolmeersland treffen schipper Klaas van der Meulen en Dicky van der Werf elkaar. Van der Meulen brengt te berde dat het skûtsje van Jan van Akker nog te koop is, en hij wil er wel schipper op worden.
In de kas van de Skûtsjecommissie Sneek zit geld, bedoeld voor een nieuw zeil als prijs voor het skûtsje dat drie keer achter elkaar zou winnen. Die prijs zou toch niet meer worden uitgereikt. Penningmeester Siebren Kuipers had bezwaren, tot Van der Werf de knoop doorhakte.
“Dat geld kenne we mooi bruke om het skûtsje van Jan van Akker te kopen. We binne per slot van rekening niet un spaarfereniging, maar een seilfereniging!”
Toen bleek dat het tekort renteloos geleend kon worden, ging de penningmeester overstag. Het boltsje “Twee Gebroeders” werd gekocht en kreeg bij de doop in de Kolk de naam Sneker Pan.
1961: op zoek naar een echte Piipster
De teleurstellende resultaten van 1961 waren het bestuur een doorn in het oog. Moest het boltsje worden verbeterd met een nieuwe mast en een nieuw zeil, of moest er een ander skûtsje komen? Secretaris Bauke Liemburg noteerde het besluit sober: “Naderhand heeft de commissie nog enige malen vergaderd, waarbij besloten werd tot de aankoop van een ander skûtsje”.
De wens was duidelijk: een echt Fries skûtsje, en als het even kon gebouwd op de beroemde werf De Piip van Bauke Roorda in Drachten. Tientallen schepen werden bekeken en te licht bevonden. Uiteindelijk werd de commissie gewezen op een schip van Cees de Jong, dat na veel speurwerk in de Asservaart bij Assen werd gevonden: een als woonschip gebruikt skûtsje van ongeveer 38 ton, 18,70 meter lang en 3,57 meter breed, in 1913 van stapel gelopen voor Gjalt van der Schuit uit Rottevalle. Een echte Piipster.
De koop verliep moeizaam. Uiteindelijk kocht de commissie voor f 10.000 een steilsteven en ruilde die tegen het skûtsje; De Jong gaf f 500 toe en leverde er een opdrukker met petroleummotor bij. Na verkoop van de oude onderdelen kwam de aankoopwaarde neer op f 7.715. Begin 1962 reden Dicky van der Werf, Jan Bons, Gerlof van der Werf en Bauke Liemburg naar Assen om de nieuwkoop op te halen. Na een avontuurlijke tocht arriveerde de nieuwe Sneker Pan de volgende dag in Sneek.
Waar de naam vandaan komt
Over de naam doen verschillende verklaringen de ronde. Koekenpannen werden gebruikt om Bengaals vuur aan boord te ontsteken, en bij feestelijke zeilpartijen werd wel een koekenpan in de mast gehesen. In 1882 werd in Sneek de vereniging Sneeker Pan opgericht, een club van dames die zich een plaats begon te verwerven in de zeilwereld. Zij boden de voorzitter van de Zeilvereniging Sneek een verguld zilveren draagteken aan met een koekenpan erin.
“Daarmee hadden de dames er de hand in dat de Sneker Pan symbool werd van de Sneker zeilerij, en met name van de Hardzeildag.”
In 1954 stelde het gemeentebestuur van de Waterpoortstad de Orde van de Sneker Pan in, voor wie zich verdienstelijk had gemaakt voor de zeilsport en de Sneekweek in het bijzonder. Vanaf 1966 hoort bij die onderscheiding een koperen koekenpan met het wapen van Sneek erin verwerkt.
Zeegroen, na de nodige spot
Het boltsje was in de loop der jaren crème, grijs, zwart met geel en ten slotte wit met een frambozentintje geverfd. Dat wekte in 1961 de spotlust van de journalist van de Friese Koerier.
“Met de kleuren van de schepen wordt toch wel wat vreemd omgetoverd. Jan van Akker had er een soort wit met een frambozentintje in. Vroeger was het boltsje met zijn kopergroene kleur een aparte verschijning; nu is het te apart.”
De commissie kon de kritiek niet erg waarderen, maar was zelf ook al tot de conclusie gekomen dat het schip een traditionele kleur verdiende. Conservator Herre Halbertsma van het Fries Scheepvaart Museum suggereerde brons- of zeegroen. In overleg met hem viel de keuze op zeegroen, en dat is het sindsdien gebleven.
1992: anderhalve meter langer
De skûtsjes in de SKS groeien steeds meer naar elkaar toe. Ook de Sneker Pan is aangepast aan de nauwer luisterende eisen die aan de oude vrachtschepen worden gesteld. In 1992 werd het schip 1,30 meter langer gemaakt.
Was de Sneker Pan vóór de verlenging een goede middenmoter, daarna waren de kampioenskansen sterk vergroot. De Pan zeilt sindsdien mee in de top van het klassement en werd na de verlenging negen keer kampioen.
De Waterpoort in het zeil
De eerste keer dat de Sneker Pan met een teken in het zeil verscheen was in 1958, met de letters Sn. In de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen was de vraag toen al een paar keer aan de orde geweest of er herkenningstekens in de zeilen moesten komen, zodat het publiek de deelnemers kon onderscheiden.
Sinds 1962 voert het schip de Waterpoort. De Vereniging van Sneeker Zakenlieden bood dat jaar een nieuw zeil aan. Zeilmaker Gaastra, toen nog gevestigd op het Kleinzand, vervaardigde het tuig en bracht zijn eigen merkteken aan: de Waterpoort. Toen in 1968 opnieuw een zeil werd aangeschaft, liet zeilmaker De Groot uit Stavoren daar een pompeblêd in achter. De Pan voerde toen zowel een Waterpoort als een pompeblêd.
De maten
| Lengte over stevens | 19,94 m |
| Lengte over dek | 19,62 m |
| Lengte over waterlijn | 17,82 m |
| Breedte over alles | 3,56 m |
| Breedte over waterlijn | 3,49 m |
| Lengte mast tot voordek | 6,37 m |
| Plaats van de mast t.o.v. lengte over dek | 3,03 m |
| Holte | 1,06 m |
| Buikdeining | 0,025 m |
| Maximaal zeiloppervlak | 163 m² |
Erelijst
Elf keer kampioen van de SKS.
Wie er aan boord staan
Vijftien man, elk met een eigen plek op het schip.